Terug naar overzicht

Green Leadership Summit 2017: over hoe leiderschap, inzicht en samenwerking helpen in de energietransitie in de gebouwde omgeving

“Uiteraard ga ik graag het gesprek met u aan”, antwoordde topman Frank Brichau van Essent op de aanhoudende vraag van een vastgoedbelegger die inzicht wilde in het werkelijke energieverbruik van zijn gebouwen. Dat had de belegger nu niet, maar de energieleverancier wel. Als deze informatie nou eens kon worden uitgewisseld… Deze dialoog legde dé drie belangrijke thema’s bloot die tijdens het Green Leadership Summit van de Dutch Green Building Council op 7 december op landgoed Sparrendaal in Zeist veelvuldig terugkwamen. Inzicht, samenwerking en leiderschap.

Dutch Green Building Council organiseerde voor het vierde jaar op rij dit Green Leadership Summit waar topmensen van de bouw- en vastgoedsector, de energiesector, de overheid en de brancheorganisaties bij aanwezig waren. Deze leiders lieten zich een dag lang inspireren door een keur aan sprekers en wisselden met elkaar kennis en ervaring uit. Centraal stond de vraag op welke manier de gebouwde omgeving in Nederland versneld kan worden verduurzaamd om zo de Parijse klimaatdoelstellingen te behalen.

Natuur is Nederland in niets meer dan een groot uitgevallen kerststukje

Herman Pleij, historicus en bepaald geen kenner van de gebouwde omgeving, schudde de aanwezigen wakker door een cultuurhistorisch perspectief te schetsen van de manier waarop Nederlanders jarenlang, door meedogenloze grondexploitatie, hebben laten zien hoe het niet moet. “Holland komt oorspronkelijk van houtland, maar we hebben ons land in de middeleeuwen compleet ontbost. Daarbij hebben we de boel ook nog eens afgegraven, door turf te steken voor energie. En we leefden al onder de zeespiegel.”

Pleij kwam tot de conclusie dat er geen natuur meer over is in Nederland. En de Veluwe dan? “Een groot uitgevallen kerststukje”, aldus Pleij. “Waar we sierrunderen hebben neergezet, omdat we ze daar mooi vinden staan.” En die bloembollenvelden? “Een verschrikkelijke kleurencombinatie.”

Leiderschap: De top? Rot op met je top!

Zou leiderschap, een veelgehoorde kreet, Nederland kunnen helpen om verarming van de aarde te kunnen draaien richting een duurzame samenleving? Pleij was sceptisch. Nederland heeft geen echte leiders. Dat komt doordat Nederland niet hiërarchisch is. “De top? Rot op met je top! Iedereen praat hier mee”, stelde Pleij. En dan die gewoonheidsexercities van leiders, om maar te laten zien dat je zo gewoon bent. Dit alles maakt dat iedereen zich tegelijkertijd gewoon én bijzonder vindt. Maar let op, niemand is meer bijzonder dan een ander. Probeer dus niet je kop boven het maaiveld uit te steken, dan ligt-ie op het hakblok. “Neem Van de Hoogenband”, vertelde de historicus. “Dat is een heel gewone jongen. En dat vinden we wel lekker, het stelt ons allemaal gerust: iedereen had wel van die mooie olympische medailles kunnen winnen, alleen hadden we op dat moment even iets anders te doen.”

 

De ideeënrijkdom van Nederland

Volgens Herman Pleij is het positief dat het gebrek aan hiërarchie en het feit dat iedereen mag meepraten in Nederland zorgt voor een enorme ideeënrijkdom. Die ideeënrijkdom zou een platform moeten krijgen, vindt de historicus. Dat is relatief eenvoudig, omdat Nederland zo ongeveer alles aangrijpen om bij elkaar te komen. Tegelijkertijd is het een uitdaging. Er zijn zo veel verschillen in dit kleine landje dat het een hele kunst is ‘de boel een beetje bij elkaar te houden’. Het pleidooi van Pleij is daarom om juist op kleine schaal goed met elkaar samen te werken, waarbij je elkaar continu blijft uitdagen.

Samenwerken: het nieuwe concurreren

De brancheorganisaties zien samenwerking eveneens als essentiële voorwaarde om vooruit te komen in het verduurzamen van de gebouwde omgeving. “Samenwerken is het nieuwe concurreren”, stelde Doekle Terpstra, die sinds een aantal maanden de voorman is van Uneto-VNI, de brancheorganisatie voor installateurs. Hij heeft gemerkt dat installateurs nog altijd de rol hebben van onderaannemer in een sterk veranderende wereld waarin partijen nog niet goed weten wat ze moeten vragen in hun zoektocht naar een duurzaam gebouw. “En de ontwikkelingen gaan zo snel, dat we wel móéten samenwerken”, stelde Terpstra. “De Dutch Green Building Council biedt zo’n platform om samen te zoeken naar onorthodoxe ideeën die de verduurzaming kunnen versnellen.”

Over onorthodoxe ideeën gesproken, daar had Fred Schoorl van BNA, de brancheorganisatie voor architecten er nog wel een van. Het liefst zou hij gebouwen ontwerpen die helemaal geen installaties nodig hebben, met een subtiele knipoog naar de installatiebranche. “Architecten zijn provocateurs en als verbinders in deze discussie enorm belangrijk”, aldus Schoorl. Ook voor Nathalie Hofman van FMN was samenwerking een belangrijk thema. Met name naar de middelgrote bedrijven moet veel kennis worden gebracht. Bij deze bedrijven ontbreekt het vaak aan cijfers. En dus aan inzicht.

Over het Deltaplan Duurzame Renovatie

Tijdens het Green Leadership Summit op landgoed Sparrendaal kregen de deelnemers ook uitleg over de vorderingen rond het Deltaplan Duurzame Renovatie. Met dit plan wil de Dutch Green Building Council een versnelling realiseren in het verduurzamen van de bestaande gebouwde omgeving in Nederland. Er zijn werkgroepen opgericht die voor verschillende gebouwtypen onderzoeken op welke manier deze ‘Paris Proof’ kunnen worden gemaakt. Met andere woorden, hoe met het verduurzamen van de gebouwde omgeving de Parijse klimaatdoelstellingen kunnen worden gerealiseerd.

Opgaves per gebouwtype

Voor kantoren is berekend dat hiervoor het maximale energieverbruik 50 kWh per vierkante meter mag zijn, als je rekening houdt met het potentieel aan duurzaam op te wekken energie. Een goed voorbeeld van zo’n ‘Paris Proof’ gebouw is het kantoor van ABN Amro in Alkmaar.

Retail, zorg, logistiek en scholen

Voor retailgebouwen is er niet een gemiddeld energieverbruik per gebouw te berekenen. Hiervoor zijn de gebouwen te verschillend. Voor retailgebouwen werkt het beter om te werken aan een gezamenlijk doel. Voor schoolgebouwen is het belangrijk om de verschillende partijen bij elkaar te brengen, bijvoorbeeld gemeenten, PO-raad, VO-raad en schoolbesturen. In de zorg is de grootste barrière dat zorgbestuurders het liefst hun geld willen besteden aan goede zorg. Een gebouw verduurzamen is dus niet de kernactiviteit. Maar wanneer je het hebt over het creëren van een gezond gebouw, dan verandert de perceptie. De werkgroep kantoren werkt daarom aan een stappenplan voor gezonde zorggebouwen. Logistieke gebouwen met hun grote dakoppervlak moeten het hebben van hun potentie aan duurzaam op te wekken energie.

Aansluiting bij de Bouwagenda

Het Deltaplan Duurzame Renovatie kan rekenen op brede steun van de aanwezigen. Het vult namelijk een gat op in het Regeerakkoord: op dit moment is er geen nationaal programma voor het verduurzamen van de utiliteit. Ferdi Licher, programmadirecteur Bouwen en Energie, Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, onderschreef dat, maar waarschuwde tegelijkertijd dat er geen losse platforms moeten ontstaan. “Zorg dat je een katalyserend platform bent voor de doelen uit het Energieakkoord. En zoek aansluiting bij bestaande initiatieven zoals De Bouwagenda. Die heeft het mandaat van drie ministeries.” Dat was tevens de boodschap van Ben Spierings van de Bouwagenda.

De groenste kWh is de kWh die je niet gebruikt

Tijdens het Green Leadership Summit konden ook de grote energiebedrijven vertellen op welke wijze zij invulling geven aan de energietransitie. Essent gaat voor 100% duurzame energie. Nuon zet miljarden in op windturbines. En Engie experimenteert met nieuwe technieken zoals sensortechnologie. Volgens de energieleveranciers gaan er in de wereld van energie in de toekomst nieuwe waardes ontstaan. Niet alleen een prijs voor energie, maar ook waardes voor het juist niet gebruiken van energie. Dat is duurzaam. Frank Brichau van Essent: “De groenste kWh is natuurlijk de kWh die je niet gebruikt.”

Energiebedrijven gaan voor doelstelling in Regeerakkoord

Voor het samenstellen van de ambities in het Regeerakkoord zijn de energieleveranciers niet geconsulteerd. Terwijl zij een grote rol hebben in het realiseren ervan. Essent, Nuon en Engie hadden graag mee willen praten, maar zien de klimaatdoelstelling uit het Regeerakkoord nu als gegeven. Peter Schmink van Nuon: “We staan achter het doel, dat is een grote vooruitgang. We moeten die doelstelling nu omzetten in een plan.” Mike van der Weerd van Engie vulde aan: “Volgens mij is er echt een beweging op gang gekomen, maar energiebedrijven zaten voor miljarden in fossiele energie. Die omslag naar duurzame energie heeft even tijd nodig.”

Afkijken in de landbouwsector: de vier fases van transitie

De duurzame uitdagingen in de gebouwde omgeving zijn even groot als uitdagend. Wat helpt, is om te leren van andere branches, bijvoorbeeld de landbouw. Lucas Simons (CEO, Foresight) heeft veel ervaring opgedaan in deze sector en wist de aanwezigen veel bij te brengen over hoe transities plaatsvinden. Transities kennen vier fases. De eerste fase is die van het experimenteren. In deze fase worden veel pilotprojecten opgezet. Dan volgt de fase van de ‘first movers’, waarin de koplopers zich gaan roeren en labels worden ontwikkeld. “In de landbouw zijn er 15 verschillende labels voor snijbloemen. In de visserij zijn er 52 standaarden voor duurzame vis”, vertelde Simons. Dan volgt de derde fase waarin de massa gaat volgen. “Dan wordt duidelijk hoe de sector er precies uitziet, wie er in actie moet komen en op welke manier de doelstellingen moeten worden behaald.” De laatste fase is die van de institutionalisering. Dan wordt het het nieuwe normaal.

Wij moeten tegen elkaar zeggen dat we leiders zijn

Zover is het in de gebouwde omgeving nog niet. Met de ontwikkeling van het Deltaplan Duurzame Renovatie, passend bij de ambities van het Regeerakkoord en aansluitend bij de Bouwagenda, is het verduurzamen van gebouwen aan het einde van de tweede fase van transitie beland.

Rutger Schuur, voorzitter van het bestuur van Dutch Green Building Council is blij met de vorderingen het laatste jaar zijn gemaakt. “We zijn op weg om als sector meer regie te nemen. En we voelen ons verantwoordelijk om de beweging in gang te zetten. Daar ben ik heel erg blij mee.”

Annemarie van Doorn, directeur van Dutch Green Building Council onderstreepte afsluitend het belang van leiderschap nog eens. “Wij kunnen het met elkaar doen. Wij moeten tegen elkaar zeggen dat we leiders zijn.” En zij wees ook nadrukkelijk naar de nieuwe generatie duurzame leiders, die als deelnemers van het DGBC Future Leaders Program ook aanwezig waren tijdens het Summit, en de deelnemers trakteerden op inspirerende voordrachten over hun visie op duurzaamheid.

Bekijk de foto’s van het Green Leadership Summit 2017.

Terug naar overzicht