Biobased bouwen ‘onwaarschijnlijk belangrijk’ 

Duurzaamheidsambities zijn mooi, maar hoe breng je ze in de (bouw)praktijk? Moet je helemaal biobased bouwen? Of focus je op installaties? Of moet je van al je producten Life Cycle Assessments maken? Of alle drie? Genoeg vragen om afgelopen donderdagmiddag een gevarieerd publiek bijeen te brengen op het Level(s) congres van DGBC. 

Het congres was de Nederlandse afsluiting van het driejarige LIFE Level(s) project, waarin DGBC samen met andere landen speciale aandacht besteedde aan drie indicatoren binnen de zes belangrijke aandachtsgebieden van het Level(s) raamwerk. Dat is een Europees initiatief om duurzaamheid in de gebouwde omgeving te meten.

Televisieweerman Reinier van den Berg legde uit hoe groot de duurzaamheidsambities moeten zijn in de brede bouwsector. “We gedragen ons nog alsof er drie aardbollen zijn, terwijl we zien dat klimaatverandering in steeds hoger tempo gaat, volgens IPCC zelfs ‘widespread, rapid and intensifying’. Focus dan niet op discussies over de oorzaak, maar kijk vooral naar Florida, Pakistan of de bosbranden en lage rivierstanden van afgelopen zomer”, benadrukt hij. Vertragen van die veranderingen, dat is het belangrijkste.

Airco-capaciteit 

De eerste, ‘enorm belangrijke’ pijler onder verbeteringen ziet Van den Berg in natuur, bos, bodem en biodiversiteit – en dat heeft alles te maken met zijn publiek op dit congres, bestaand uit vooral bouwbedrijven, architecten, installateurs en bouwadviseurs. “Overal waar ik kom, vertel ik dat de bouw de sleutel heeft om dit te fixen. Dat verrast mensen meestal wel, omdat ze vaak nog traditioneel denken. Een deel zit in ‘bomen planten’ in de gebouwde omgeving voor koeling én om CO2 vast te leggen. De gemiddelde ‘airco-capaciteit’ van een volwassen boom staat gelijk aan tien airco’s.” 

Voor het andere deel van de oplossing kijkt Van den Berg naar de niet-stedelijke delen van Nederland: Boeren hebben samen met de bouw de sleutel voor de oplossing, volgens de weerman. Hij voorziet andere businessmodellen waarin bouw en landbouw samenkomen: het verbouwen van biobased bouwmaterialen. “Biobased bouwen is onwaarschijnlijk belangrijk, om vele redenen zoals biodiversiteit en een koelere gebouwde omgeving. Een kuub hout slaat een kuub CO2 op én het scheelt veel nieuwe emissies. Als je dat helemaal doorrekent voor 50.000 woningen per jaar, twintig jaar lang, dan heb je alleen al met het bouwen van een miljoen huizen de Nederlandse klimaatakkoorden gehaald” rekende Van den Berg zijn publiek voor.  

Grote kansen 

Om het niet bij abstracte mondiale of nationale streefcijfers te houden, sloot hij af met een videorondleiding door zijn eigen houten woning, waarin slimme ontwerpprincipes en intelligente installaties de woning ’s zomers koel en ’s winters warm houden. Veel glas, met een groot overstek tegen de zomerzon – maar de lage winterzon straalt wel binnen, terwijl de 32 zonnepanelen (in de tuin) ook in de winter de energierekening op nul houden. Maar het begint bij biobased. “Bouw met levende materialen, ik zie hele grote kansen”, zo drukt de weerman de bouwer op het hart. 

Balans 

Bouwbioloog Carla Rongen (adviesbureau Aveco de Bondt) sloot perfect aan bij Van den Berg, want ‘biobased’ is helemaal haar thema. Zij onderzoekt “hoe je nou een gebouw zó bouwt, dat het gezond is voor de mens. Dat is het ene deel. Het andere deel is “zo ontwerpen dat de materialen niet verder bijdragen aan het uithollen van de aarde. Je bouwt in balans met de aarde.” Belangstelling is hier wel voor: opdrachtgevers van Rongen zijn grote bouwbedrijven, projectontwikkelaars en woningcorporaties. Ze adviseert en staat met ‘de voeten in de klei’ naast het ontwerpteam en de kostendeskundigen. “Daarnaast houd ik me nog bezig met het sluiten van de waterkringloop, biodiversiteit, natuurinclusief bouwen – en we proberen ook altijd naar sociale duurzaamheid te kijken, want dat representeert alle deelgebieden van duurzaamheid.” 

Gelukkig geen koploper 

Rongen ging stap voor stap langs de indicatoren van het Level(s) framework: Life Cycle Assessment (LCA), Life Cycle Costing (LCC) en Indoor Air Quality (IAQ), maar begon met de nuchtere constatering over die drie afkortingen: “dit zijn zaken die je met één oplossing kan combineren. Die oplossing heet biobased bouwen.” Want, zo legde ze uit: “Voor ieder bouwmateriaal is er een circulair en biobased alternatief verkrijgbaar. Gelukkig hoeven we veel zaken niet meer zelf te ontwikkelen, want met biobased bouwen is Nederland geen koploper. In Duitsland, Zwitserland en Scandinavië zijn ze al heel ver, zoals met strobouw, houtskeletbouw, Cross-Laminated Timber (CLT) en ook is er verf die ‘in balans met de aarde’ is. Ze spoorde haar gehoor aan om nog snel te gaan kijken op de Floriade, waar het ‘Natural Pavilion’ staat. “Laat je verwonderen”, zo besloot ze een enthousiaste opsomming van veel bouwmaterialen in dit demonstratiehuis, dat ook nog “volledig demontabel” is. 

Bouwen naast natuurgebied 

Rongen strooide met nog een paar voorbeelden, verzameld in heel Europa: van een kerkplafond in Engeland via de entree van een Spaanse stad tot de Swatch-fabriek in Zwitserland. Maar om te weten ‘wat er allemaal al kan’ hoeven we niet over de grens, want er is ook nog het Avolare dieropvangcentrum in Doorwerth. Rongen: “Het mooie en bijzondere van dit project is dat het midden in de stikstofcrisis is gebouwd. Hoe kan dat? Hout is een licht materiaal, ze konden aan de slag met elektrische hijskranen en shovels. Dit werk is volledig elektrisch uitgevoerd, waardoor het Natura 2000-gebied – dat er strak naast ligt – geen stikstofuitstoot heeft gehad.” Hoe goed biobased ook is, ook binnen de houtbouw is er nog veel te leren. Rongen adviseerde om altijd kritisch te kijken naar CLT, want er zijn lichtere houtbouwtechnieken en -materialen. "En het is ook verstandig om te kijken naar toekomstige functieveranderingen van het gebouw – wat kan betekenen dat je nu grote overspanningen maakt, zodat er meerdere plattegronden of indelingen mogelijk zijn. Dat betekent een langere levensduur en dat is weer gunstig voor de LCA en LCC."

Data nodig! 

Terug van de kansen van de toekomst naar de achterstand van vandaag: “Er moet nog heel veel gebeuren, de opgave is groot”, zag John Drissen, projectleider bij de Nationale Milieu Database (NMD). Hij had het niet over het klimaat, maar over het verzamelen van milieudata van bouwmaterialen en bouwproducten. NMD staat garant voor onafhankelijk gecontroleerde MPG-data, centraal verzameld. “Die data zijn heel waardevol – en ze zijn echt nodig om duurzaamheidsambities in de praktijk te brengen. Dat geldt voor zowel de fabrikant als voor de bouwer”, aldus Drissen. Hij voorziet dat de opgave voor de bouwer continu groot zal zijn, door steeds strengere wet- en regelgeving. Iedere partij moet bezig zijn met levenscyclusanalyse (LCA) om te weten hoe circulair je product, installatie of gebouw is. Omdat nog lang niet alle producenten hun data in de NMD hebben ondergebracht, is er nu een ‘wittevlekkenplan’. 

Lees het interview daarover, dat DGBC eerder had met John Drissen.  

Life Level(s) projectleider Laetitia Nossek (DGBC) legde op het congres tenslotte uit dat het Europese Level(s) raamwerk belangrijk is voor de hele bouwsector, omdat de EU in veel nieuwe wet- en regelgeving gaat verwijzen naar dit uniforme raamwerk.

Bekijk hier alle foto's

DGBC-partners

Signify

SDG's

Logo voor Duurzame steden en gemeenschappenDuurzame steden en gemeenschappen

Gerelateerd

Kantoren Zuidas

Na twee jaar van dalende kantoorkosten flinke stijging verwacht

Graadmeter voor energiezuinigheid nu ook voor woningen

Graadmeter voor energiezuinigheid nu ook voor woningen

Paris Proof Congres 2022

Zo halen we Paris Proof: positief denken en doen